enkele strijdwapens

door Hans Offermans
(geplaatst in het VVKH-nieuws van oktober 2007)

goedendag, morgenster en strijdvlegel

(commentaren toegevoegd van Jan Piet Puype (= JPP)


Naar aanleiding van de lezing over wapens door Jan Piet Puype, die op 23 oktober 2007 in de Wapenzaal werd gehouden, ben ik op zoek gegaan naar een wapen in het kasteel dat mij intrigeerde en kwam tot het volgende:


In mijn schatkistje, dat ik altijd meeneem tijdens kinderrondleidingen, zit ook een riddertje met een wapen in zijn hand (zie hiernaast). In de Ridderzaal, onder het verste raam, onder een glasplaat, ligt een voorwerp, dat daar op lijkt: een stok met twee kettingen en twee ijzeren ballen.


Toendertijd hoorde ik van 'ik-weet-niet-meer-wie' dat dit wapen nooit gebruikt kan zijn, omdat het door de twee kettingen onhandelbaar zou zijn.

de goedendag

In eerste instantie dacht ik, dat het een goedendag was. Maar toen bleek na onderzoek, dat een goedendag er heel anders uit zag en wel zo:

meest waarschijnlijke recon-structietekening van een goedendag, totale lengte ongeveer 1 meter 35
(plaatje: www.liebaart.com)


Tijdens de vorige eeuw zijn er een aantal onwaarheden over de goedendag de wereld ingestuurd, die tot op vandaag voor waar worden aangenomen. Zo dachten sommigen, dat de goedendag een soort langgerekte hellebaard was. Anderen dachten aan een ploegschaar op een steel. Maar de meest bekende voorstelling is wel een ijzeren bol met pinnen, aan een korte ketting, met een handvat (zie ridderpoppetje boven). Allen fout!


Luister naar de beschrijving van een manier van gebruiken van de goedendag:
Tijdens de Guldensporenslag zetten de Vlaamse poorters hun goedendag met de steel op de grond, zodat de Franse paarden er tegen liepen. Dat moet je je eens voorstellen ... wat voor nut heeft dat met een kort stokje, een ketting en een bol met pieken? Niets.


De goedendag is een typisch Vlaams wapen. Het is in niets anders dan een stevige anderhalve meter lange staf, die lichtjes dikker is aan het boveneinde, alwaar een ijzeren pin op staat die verankerd zit met behulp van een ijzeren ring. Er zijn ook een paar archeologische vondsten van het wapen, die ons ook een inzicht geven in de constructie.


De goedendag is een eenvoudig en daardoor ook goedkoop wapen. Tijdens de late 13e en vroege 14e eeuw werd het veel gebruikt in Vlaanderen en bewees het ook een zeer effectief wapen te zijn. Met de goedendag wordt in de eerste plaats geslagen, als met een knots. Daarnaast kan men er ook nog eens mee steken. Men had dus in feite een dubbelwerkend wapen.
(foto: www.liebaart.com)


Na de Guldensporenslag werd er gezegd, dat een Vlaming met zijn goedendag het zou aandurven te strijden tegen twee ridders te paard. Voorheen gold, dat een ridder in de strijd tien soldeniers te voet moest aankunnen.


Vanwaar nu de naam 'goedendag'? Deze naam komt enkel voor in de Franse bronnen van die tijd, maar wel steeds als 'godendarz' of iets dergelijks. Men is dus niet zeker van de oorsprong van deze benaming. Er bestaat een theorie dat de ethymologie te zoeken is in de combinatie 'goed' en 'dag', ofwel een 'goed steekwapen'. 'Dag' heeft dezelfde stam als het woord 'dagge' of 'dolk', en betekent steekwapen. Maar deze verklaring schijnt vanuit taalkundig oogpunt niet te kloppen. Het meest waarschijnlijke is dat het een afgeleide is van een Frans woord. De Vlamingen zelf noemden het wapen een 'gepinde staf'.

[JPP: Het bovenstaande is een uitstekend verhaal en geeft ook de consensus weer van de wapenhistorici over de goedendag. Zie ook de reproductie van een der zeer weinige authentieke afbeeldingen van de goedendag uit de tijd van 1302 in mijn grote artikel over Draagbare Wapens. Overigens betekent 'dagge' wel degelijk 'dolk' en lijkt het woord verwant met het Franse 'dague'. De goedendag is in feite een dolkkling van drie- of vierkantige doorsnede, gemonteerd op een steel en omgeven door een ijzeren slagring, al dan niet voorzien van stekels. De goedendag wordt continu verwisseld met de morgenster.]

de morgenster

(foto: www.wikipedia.org)


Daarna vond ik ergens een afbeelding, zoals op de foto van het ridderpoppetje en daarbij stond, dat het ging om een morgenster. Dat vond ik heel aannemelijk, omdat de gepunte bol wel iets weg had van een ster. Maar ook dat bleek mis te zijn.


De naam 'morgenster' is daarentegen weer voorbehouden aan een bijzondere soort van knots, die gekenmerkt wordt door een stervormige kop, als men hem van bovenaf bekijkt. De oorsprong van dit wapen ligt bij de katholieke kerk en haar priesters. Ten allen tijde was het hen verboden om wapens te hanteren. 'Wie het zwaard hanteert zal door het zwaard omkomen.'


De kerk had voor haar priesters een 'briljant' idee om die 'domme regel' te omzeilen. Geen zwaard? Dan maar een knots ... en om het nog acceptabeler te maken geven we het wapen een kop in de vorm van de ster van Bethlehem en we noemen het 'morgenster' en daarmee is het volledig in orde.

[JPP: Uw eerste interpretatie is niet mis, maar juist correct! De consensus onder de wapenhistorici is dat de morgenster een ijzeren bol met stekels is, die op een steel is gemonteerd. Houten knotsen konden ook dikke koppen hebben die met ijzeren stekels waren beslagen, echter, dat zijn geen morgensterren, maar strijdknotsen met stekels. Soms is de bol van de morgenster d.m.v. een ketting met de steel verbonden, dat noemt men een kettingmorgenster (zie mijn grote artikel). Naar mijn persoonlijke mening kan de kettingmorgenster met dubbele kettingen en stekelbollen in kasteel Heeswijk vrijwel zeker geen authentiek wapen zijn, gewoon omdat de bollen veel te klein zijn om echt massa te hebben. Waarschijnlijk is dit eerder een van de vele in de 19e eeuw gemaakte decoratiewapens die de muren van kasteelzalen moesten versie-ren. Als ik het me goed herinner zijn de stekelbolletjes ook gegoten i.p.v. gesmeed, maar in de middeleeuwen konden ze zoiets nog niet gieten, alleen een smid kon stekel de gewenste puntigheid en scherpte geven. Het bovengenoemde kerkverhaal is volgens mij niet te bewijzen.]

(foto: www. merlins-cave.nl)

de strijdvlegel

De enige bruikbare benaming is en blijft dan ook 'strijdvlegel', naar de oorsprong van het wapen.


Zoals de naam het al zegt, is het wapen ontstaan vanuit de dorsvlegel. Dat waren twee stukken hout die d.m.v. een scharnier aan elkaar verbonden waren. Vermoedelijk tijdens de kruistochten evolueerde dit werktuig tot een heus wapen. De evolutie was dan ook vrij eenvoudig ...

  1. het scharnier werd vervangen door een ketting voor meer beweeglijkheid
  2. het slagvak werd van pieken en houten verstevigingen voorzien
  3. de tweede stok werd vervangen door een houten en later metalen bol met pieken

Een vaak gehoorde misvatting van de strijdvlegel is de lengte van de steel. Veelal hoor je dat het een korte steel behoort te zijn. Dat is slechts gedeeltelijk correct. Er zijn strijdvlegels bekend met een korte steel, maar ook met een langere. Het enige wat belangrijk was, is dat de ketting + bol niet exact even lang zijn als de steel, vanwege het gevaar voor handletsels. De variante met de kortere ketting is zelfs frequenter geweest dan die met de korte steel. Er zijn zelfs tweehandige strijdvlegels bekend met stelen van 150 - 180 centimeter, maar die wel degelijk voorzien waren van de bekende bol met pieken.

[JPP: In het algemeen ben ik het eens met het bovenstaande. Ik denk inderdaad dat middeleeuwse boeren hun dorsvlegels meenamen in de strijd. Het ijzeren beslag, eraan, soms voorzien van stekels, is een duidelijk geïmproviseerde toevoeging. Mogelijk dat sommige overheden zulke strijdvlegels in series hebben laten maken. Dit zou dan zelfs hebben kunnen doorgegaan tot het eind van de 19e eeuw, want zelfs uit die tijd zijn in diverse landen (o.a. Nederland) b.v morgensterren en strijdvlegelachtige wapens (allemaal op lange stelen en stokken) bekend die voor de Landstorm bestemd waren, maar waarmee de overheid dus haar eigen arsenalen vulde.]

Dus, medegidsen, voortaan spreek ik van een strijdvlegel.

bronnen:
www.liebaart.org
www.hammertime-oss.nl

terug naar boven

Laatst aangepast (zondag, 11 oktober 2015 17:06)