schijvenglas

door Hans Offermans
(geplaatst in het VVKH-nieuws van maart 2008)

Zoals een van ons op de halfjaarlijkse ledenvergadering van september 2007 meldde, gebruiken sommigen abusievelijk de naam 'flessenbodem-glas'. Maar wat zij 'flessenbodemglas' noemen, heet eigenlijk 'schijven-glas'. Om uit te leggen wat dit precies is, hoe het gemaakt wordt en wat er op volgde, ben ik weer gaan sprokkelen, een en ander verluchtigd met foto's, vooral uit 'ons' kasteel.


Bij deze sprokkeling beperk ik me tot het wat oudere glas. Dus wie meer wil weten over etalageruiten, die moet zelf verder gaan zoeken.

algemeen


Glas is mede bepalend voor het karakter van een monument en het vormt een niet onbelangrijk onderdeel van de bouwhistorie ervan. De Rijksdienst voor de Monumentenzorg bepleit het behoud en hergebruik van zo veel mogelijk oud glas. Sommige glassoorten zijn namelijk niet meer te krijgen. Bij restauraties moet het dus niet meer gebruikelijk zijn om al het glas, in ramen die gerepareerd moeten worden, eerst stuk te slaan. Authentiek glas maakt deel uit van een monument.


Glas en monumenten zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, maar is glas ook monumentaal?


Ja, want de ontwikkeling en productie van glas zijn tijdgebonden en daarmee even specifiek voor een monument als bijvoorbeeld zijn architectuur.

raamverdelingen

Het vensterglas wordt gevat in kleine roeden en beide samen in een houten raam - de zwaardere omlijsting van de roeden en het glas samen. Het raam wordt op zijn beurt in een kozijn bevestigd. De historische ontwikkeling van de roedeverdeling in de ramen hangt nauw samen met de technische ontwikkeling van de glasfabrica-ge. Vóór 1650 konden uit zogenaamd 'schijvenglas' alleen kleine ruitjes worden gesneden, die als glas-in-lood in de vensters werden geplaatst. In de tweede helft van de 17e eeuw werden de ruitjes groter, ongeveer 20 × 25 cm. Het lood was ech-ter te slap om deze ruiten te kunnen dragen. Vanaf die periode werd het glas-in-lood dan ook vervangen door glas in houten roeden.


In kruisvensters werden ramen met bolgeprofileerde raamroeden toegepast (foto links: venster in de naaikamer). Voor zolders en pakhuizen werden ongeprofileerde rechthoekige roeden gebruikt.

vervanging


Glas veroudert zeer langzaam en bij normaal gebruik zal het nauwelijks slijten. Breuk als gevolg van een ongeluk of vandalisme noopt echter tot vervanging. Glas laat zich namelijk niet goed restaureren. Weliswaar wordt gebrandschilderd glas bij restauraties gelijmd, maar daarna is het niet meer goed bestand tegen winddruk. Zeldzaam gebrandschilderd glas wordt ook wel gelijmd op een stuk steunglas (foto rechts: Emmaraam).

 

Glazen voorwerpen dateren al van 3500 voor Christus en worden gevonden bij zowel de Feniciërs als de Egyptenaren. Glas voor het afdichten van gevelope-

ningen wordt echter, voor zover bekend, pas sinds de Romeinen gebruikt. Het woord 'glas' is afgeleid van het Latijnse 'glesum', dat doorschijnend betekent.


In onze streken kwam het gebruik van vensterglas pas echt op gang vanaf de late middeleeuwen en dan in eerste instantie vooral in kerken. Aanvankelijk ging het om mozaïek in gekleurd glas. Later, toen men het brandschilderen had ontdekt, verscheen gebrandschilderd glas-in-lood. Uit die vroege periode zijn er in ons land geen voorbeelden in situ bewaard gebleven. ('In situ' is een Latijnse uitdrukking die 'in plaats' of 'op zijn plaats' betekent.) Wel zijn er bij opgravingen fragmenten gevonden in onder meer Hoorn op Terschelling en in Zutphen. De oudste in situ bewaarde glazen dateren uit de 16e eeuw en de mooiste exemplaren, de Goudse Glazen in de Sint-Janskerk te Gouda, zijn wereldberoemd.

 

Vanwege de prijs konden alleen rijken blank vensterglas betalen. De vroegste toepassingen vinden we dan ook in kastelen (foto hierboven: het Emmaraam in de vestibule) en grote stenen stadhuizen. Door de productiemethoden waren de afmetingen in eerst instantie beperkt. Ook hier kleine, ruitvormige stukjes glas-in-lood.

soorten vensterglas - a. slingerglas - 1. schijvenglas

Deze techniek om vlak glas te maken werd in de 4e eeuw in Duitsland uitgevonden. De stappen gaan als volgt:

(plaatje: www.vanruysdael.com)

(foto: www.cultureelerfgoed.nl)

Dit glas werd niet geblazen. Een stang werd in de hete stroperige glasmassa gestoken, zodat er een klomp gesmolten glas aan kleefde. Door nu de stang snel om zijn lengteas te laten ronddraaien kon de klomp glas door de middelpuntvliedende kracht worden uitgeslingerd tot een min of meer vlakke schijf, met in het midden een verdikking (daar waar de stang nog aanhechtte). De diameter van deze glasschijf was variabel. Uit deze schijf kunnen rechthoekige stukjes worden gesneden, maar ruitvormige stukjes zijn economischer. Hiervan komt onze benaming 'ruit' voor een stuk vensterglas, ook als dat rechthoekig of vierkant is. Schijvenglas kenmerkt zich door rondlopende strepen. Het werd vanaf tenminste de 7e eeuw tot het begin van de 20e eeuw gemaakt. Men sneed ofwel kleine ruitjes uit deze schijf óf men paste dit glas toe met de verdikking in het midden van de ruit. Deze toepassing werd ook wel genoemd 'Butzenglas' (Duits) of 'bull's eye' (Engels).

soorten vensterglas - a. slingerglas - 2. kroon- of maanglas

Kroon- of maanglas maakte men in principe op dezelfde wijze. Hier nam men echter met een blaaspijp een klomp vloeibaar glas uit de oven. Door snel draaien en tegelijkertijd blazen ontstond een afgeplatte bol. De bol werd overgenomen op een zogenaamd pontilijzer en van de blaaspijp losgesneden, waardoor hier een opening ontstond. Door het ijzer snel rond te draaien en de opening te vergroten kreeg men een grote ronde schijf met een diameter van ongeveer 1.20 meter. Het zo verkregen glas was dunner dan schijvenglas. Ook kroonglas werd vanaf ten minste de 7e eeuw tot het begin van de 20e eeuw gemaakt.

 

 







soorten glas - b. cilinderglas

Duitse handwerkslieden ontwikkelden in de 11e eeuw een nieuwe techniek om vensterglas te maken. Door met een blaaspijp een druppel glas als een ballon op te blazen en deze heen en weer te slingeren ontstond, mede door de centrifugaalkracht een lange, holle cilinder. Deze werd aan de uiteinden geopend en de cilinder werd overlangs doorgesneden. In een strekoven werd deze vervolgens uitgerold tot een vlakke plaat glas.

(foto: www.cultureelerfgoed.nl)

 

 

 

 

 

 

 


(tekening: www.van-ruysdael.nl)

toepassing in monumenten

Welk vensterglas hoort nu in monumenten thuis?


Gebouwen van voor 1915 bevatten van oorsprong alleen cilinder- of schijvenglas of, in enkele gevallen, spiegelglas, afhankelijk van de functie van het glas (zoals een etalageruit) of de beurs van de eigenaar.


Schijvenglas en kroonglas worden helaas niet meer gemaakt en de zich nog in situ bevindende stukken dienen met zorg te worden behandeld. Bij restauraties zou dit glas moeten worden hergebruikt voor zover dit mogelijk is. Een alternatief voor niet meer te behouden schijven- en kroonglas is cilinderglas.


Cilinderglas wordt in onder meer Duitsland en Frankrijk nog geblazen en is bij de gespecialiseerde glashandel of glazenier verkrijgbaar. De maten zijn echter beperkt tot maximaal 90 × 110 centimeter, met
een dikte van 1,5 tot 3,5 milimeter.


bronnen:
1. Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed
2. Glaspunt
3. Vrienden van de Amsterdamse binnenstad
4. Van Ruysdael, Delft

terug naar boven

Laatst aangepast (vrijdag, 22 juli 2016 19:43)