knobkerrie

door Hans Offermans
(geplaatst in het VVKH-nieuws van december 2008)


Spreek uit [nop-kew-rie].


Een knobkierie (knopkierie, knobkerry) is een sterke, korte houten knots met een zware ronde knop aan het eind, oorspronkelijk in gebruik bij Zuid-Afrikaanse etnische groepen, waaronder de Zoeloes, als wapen tijdens de oorlog en de jacht.


Het woord stamt af van het Nederlandese woord 'knop' en het Hottentotse of Bosjesmanse woord 'kerrie' of 'kirri', dat 'stok' betekent.


Het wapen wordt gebruikt in man-tegen-mangevechten of als werptuig (zie plaatje links) en in vredestijd als wandelstok. De knop is vaak rijk bewerkt met gezichten of symbolen.


De knobkierie staat daarom ook in het nationale wapen van Zuid-Afrika (zie plaatje rechts).


De naam werd daarna ook gegeven aan later ontdekte soortgelijke wapens elders op de wereld.


De vader van baron Willen, Henri, werkte in Zuid-Afrika en kan dus best deze knobkerrie, die bij ons in de blauwe boudoir ligt, hebben meegebracht (zie foto).


bron:
en.wikipedia.org

 

Laatst aangepast (zondag, 11 oktober 2015 17:50)