het Heeswijks altaar

door Hans Offermans


Omdat 2008 het jaar was van 'het kerkelijk erfgoed', dacht ik, laat ik het Heeswijks altaar eens onder handen nemen. Dit Lijdensaltaar (vergrootbaar hiernaast) staat links van het hoofdaltaar in de Sint-Jansbasiliek in 's-Hertogenbosch. Dit retabel (= altaarstuk) ontstond omstreeks 1500 in Antwerpen. Het bevond zich vroeger in de parochiekerk van Sint Anthonis (Oost-Brabant). Daar heeft het twee beeldenstormen, branden en andere rampen en veronachtzaming doorstaan. Dit kwam, omdat Sint Anthonis een deel was van de zelfstandige heerlijkheid Boxmeer. Het stuk is erg gaaf en voor Nederland uniek. Het is het meest complete oorspronkelijke Antwerps retabel dat ons land rijk is.

uitleg van de naam 'retabel' en gegevens over dit altaarstuk

In de laatgotiek werden deze altaarstukken in grote getale vervaardigd.

Het woord 'retabel' stamt van het Franse 'retable'. In het Middelnederlands noemde men het 'outer-taefele' of 'taefele'. Het is in zijn eenvoudigste vorm een op of achter het altaar geplaatst paneel, waarop een voorstelling is afgebeeld. Dit is onder andere te zien in de bibliotheek van kasteel Heeswijk. Daar staat een tweeluik, geschonken aan de kasteelbewoners door de familie Van Lockhorst (zie hiernaast). Het Bossche Lijdensal-taar is 259 cm hoog, 252 cm breed en 30 cm diep.

datering en vervaardiging

Rond 1550 stonden in de Sint-Jan 49 altaren, de meeste van ambachten, gilden en broederschappen. Ieder wilde zijn eigen altaar. Vandaar de grote productie van retabels.

Een retabel werd gemaakt door verscheidene ambachtslieden, ieder met zijn eigen specialiteit. Zo noemen we:
- backmakere ................ maakte de lege bak of kast
- metselriesnydere ...... voorzag die kast van gesneden ornamenten
- beeldsnydere ............. maakte de beelden
- stoffeerder ................. beschilderde het snijwerk
- vergulder .................... verguldde het snijwerk


Dit Lijdensaltaar (een serieproduct) werd door de kerk te Sint. Anthonis uitgezocht en gekocht.

het merken

De makers waren aan strenge regels gebonden, o.a. wat de betreft de kwaliteit van het materiaal. Als het hout voldeed, werd er een merkje ingebrand, de zogenaamde 'Antwerpse handjes'. De stempel van een burcht liet zien, dat de kwaliteit van het geheel aan beschildering en verguldsel van de polychromie (= het snijwerk) was goedgekeurd.

de voorstellingen van de verschillende delen en details

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Wijs op de groene, rode of blauwe punten hieronder voor de voorstelling. De witte lijn geeft de (rode) leesvolgorde aan.
Klik op de groene, rode of blauwe punten om een vergroting te krijgen van dat deel van het retabel.


= begin van Jezus' leven


= einde van Jezus' leven



= details van het retabel


A t/m D = de vier profeten


1 t/m 7 = de sacramenten

 

 


Laten we afsluiten door het Lijdensaltaar dicht te maken en de achterkant te bekijken.

de lotgevallen van dit Lijdensaltaar

Zoals bekend vonden er rond de eeuwwisseling van de 19e naar de 20e eeuw zes veilingen plaats op kasteel Heeswijk. Zo werd in 1901 ook geveild een 'Grand Retable D'Autel Sculpté en Chêne en Ronde Bosse, Peint et Doré', aangeboden door baron A.J.L. van den Bogaerde. Er waren twee gegadigden: het kerkbe-stuur van de Sint-Jan (dat maximaal tot 10.000 gulden mocht gaan) en de Vereniging Rembrandt. Deze laatste kocht het uiteindelijk voor 12.870 gulden.

Op 30 september 1901 verklaarden de minister van Binnenlandse Zaken en de Vereniging Rembrandt zich bereid om het retabel af te staan. Het zou beter op zijn plaats zijn in de Sint-Jan dan in het museum. Wel koppelde men daaraan de verplichting dat het retabel nooit verkocht zou mogen worden zonder de toestemming van laatstgenoemde minister.


Volgens opgave in de veilingcatalogus was het retabel afkomstig van 'l'abbeye prèt de Helvoirt'. Sinds 1901 neemt men echter aan dat het afkomstig is uit de parochiekerk van Sint Anthonis. Evenmin als men precies weet wanneer het werd aangeschaft, is ook duidelijk wanneer het de kerk van Sint Anthonis verliet.


Het zou (?) tijdens de verbouwing van 1885 in ruil voor een paar beelden in de collectie van baron Van den Bogaerde terecht zijn gekomen. Nadat het in de kathedraal terecht was gekomen had het Lijdensaltaar dringend restauratie nodig, maar het werd alleen afgewassen en tentoongesteld in de kerk. Pas in 1903 volgde de restauratie van de panelen. De laatste restauratie (en conservering van de achterzijden) vond plaats tussen 1977 en 1984.

verplaatsingen


Het altaarstuk heeft in de loop der jaren op verschillende plaatsen in de Sint-Jan gestaan. Van 1904 - 1948 op plek A. Toen moest het plaatsmaken voor een koororgel en verhuisde naar plek B, om in 1967 verplaatst te worden naar plek C. Omdat het daar het zicht benam op het Koor en het hoofdaltaar kwam het in 1984 uiteindelijk terecht (op plek D) in de Anthoniuskapel.


Door hiernaast op de vier plekken te klikken kunt u meer informatie lezen. Nu het kerkorgel op plek A is afgebroken zou het mooi terug kunnen naar die plek. Het is daar ruimer en er is meer eenheid in stijl.

toevoeging d.d. 21 januari 2013:

Sinds 2010 is het Lijdensaltaar teruggeplaatst naar plek A, dus de eerste plek waar het stond in de Sint Jan.


bronnen:
1. Het Lijdensaltaar in de Sint-Janskathedraal te 's-Hertogenbosch (uitg. van de com. Zomertentoonstelling Sint-Jan 1993, tweede druk)
2. www.jantromp.nl

terug naar boven

Laatst aangepast (woensdag, 24 februari 2016 17:28)