1. Maartje Draak

door Sonja Minkhorst (1e deel) en Hans Offermans (2e deel)
(geplaatst in het VVKH-nieuws van december 2008)

 


Op 12 november 2008 heeft prof. dr. Matthijs Schouten in een korte, maar krachtige en boeiende lezing voor de vrijwiIligers van kasteel Heeswijk de persoon van Maarlje Draak in de Wapenzaal lot leven gebracht. Aansluitend zijn enkele voorwerpen uit de 'kast van Maartje Draak' onder de loep genomen.


Maartje Draak (1910-1994), geboren in Venlo als dochter van een Nederlandse douanebeambte en een Duitse moeder, studeerde Neerlandistiek. Later verhuisde de familie naar Amsterdam. Schouten stelt haar voor als een gezette vrouw, meestal in het zwart gekleed en
vaak met een zwarte baret, een excentrieke vrouw van de klok. Door haar interesse voor de Arthurlegende is zij tijdens haar studie in aanraking gekomen met Van Hamel, professor in de Keltische taal- en letterkunde. Zodoende is zij Keltisch, Middelwelsh en Iers gaan studeren. Daarnaast was zij sprookjesdeskundige.


In de jaren '50 was zij privaatdocent Keltische taal- en letterkunde aan de universiteiten van Utrecht en Amsterdam, hetgeen later uitmondde in professoraten. Voor haar tijd was zij in de universitaire mannenwereld nog een buitenbeentje. Als lid van de Koninklijke Academie van Wetenschappen werd zij door mannelijke collega's dan ook vaak aangesproken met 'juffrouw Draak' en niet met 'collega'. Zeer tot haar ergernis.


Op haar naam staan 30 wetenschappelijke publicaties, waarvan één nog internationaal toonaangevend is.


Haar vader had een grote mineralenverzameling, dus het verzamelen was haar van huis uit niet vreemd. Als enige dochter bleef zij na de dood van haar ouders in het ouderlijke huis wonen. Het hele huis bood plaats aan haar vezameling, zodat er uiterst beperkte leefruimte overbleef.

Maartjes interesse voor aziatica is gewekt door de aanschaf van een Chinees sprookjesboek met een draak op de stoffen voorkaft. De draak is haar 'familiewapen' en er stond altijd minstens een draak op haar bureau, die soms gezelschap kreeg van andere. Over bureau gesproken, in de serie 'Het bureau' van J.J. Voskuil wordt zij beschreven onder de naam 'Kaatje Kater'. Maar dit terzijde. Ze verzamelde dingen waardoor ze geraakt werd en die echt waren. Daarbij maakte het niet uit of het stuk was. Dit was alleen een voordeel omdat het daardoor goedkoper was en dat paste bij haar zuinige aard. Het grootste deel van haar verzameling kocht ze bij kunsthandelaar Kouw, een eclectisch handelaar in de Lange Brugsteeg (later op de Prinsengracht) te Amsterdam. Ook ging zij regelmatig naar de Spiegelstraat, de 'P.C. Hoofdstraat voor antiquairs', en bezocht ze veilingen. 'Akribisch' plaatste ze opmerkingen over veilingobjecten, -bezoekers en -prijzen in de veilingcatalogi, die een mooi beeld geven van haar aard en levendige geest. Tot het laatst bleef ze vragen stellen.

Na de dood van Maartje Draak heeft de vereniging van vrienden der Aziatische kunst (die een van haar erfgenamen vormde) ervoor gezorgd dat de belangrijkste stukken naar het Rijksmuseum zijn gegaan.  Verder is een aantal stukken door de vereniging in bruikleen gegeven aan enkele instellingen. Het resterende deel is geveild in veilinghuis 'De Zwaan', opdat - zoals Maartje dat graag wilde - "de voorwerpen weer kunnen reizen". De opbrengst van de veilingen is naar de Koninklijke Academie voor Wetenschappen en Unicef gegaan.


Haar boeken, die bestemd waren voor de vakgroep Keltische taal- en letterkunde van de universiteit van Utrecht, zijn vanwege ruimtegebrek aldaar en het toenmalige universitaire beleid, uiteindelijk ook geveild en deels in het buitenland terechtgekomen.

Het is niet precies duidelijk wie ervoor gezorgd heeft dat aziatica uit de collectie Draak in bruikleen op kasteel Heeswijk terecht zijn gekomen. (foto rechts, vergrootbaar) Deze vraag ligt nu bij onze directeur. Wellicht dat op deze vraag in de toekomst een antwoord gegeven kan worden.


In de toren met de Chinese borden liggen ook twee bronzen, Japanse, gepolijste spiegels (foto links, vergrootbaar), maar niet van de collectie Draak. Zij komen uit de late Edo-periode (19e eeuw).


Erboven hangen twee thangka's (doekjes), die wel uit de collectie van Maartje Draak zijn. Ze zijn Tibetaans en zijn op linnen gekleurd met natuurlijke kleurstoffen. (foto rechts, vergrootbaar) Ze horen eigenlijk niet ingelijst te zijn, maar opgehangen te worden in brokaat. Bovenaan en onderaan hoort een (soms ivoren) rol, zodat je het geheel kunt oprollen en meenemen. Eigenlijk behoren deze kunstwerken bedekt te zijn met een doek, die er alleen af gaat op feestdagen en in het bijzijn van mensen, die weten hoe je daarmee religieus moet omgaan.


Algemeen werd opgemerkt, dat de voorwerpen in de kast van Maartje Draak mooi op kleur staan, maar dat ze minimaal gerangschikt zijn naar functionaliteit en / of onderwerp. Wellicht een mooi project voor de toekomst, opdat de kast nog meer tot leven kan komen?


Hieronder worden
enkele voorwerpen uit de kast beschreven.


Tot slot:
Maartje Draak stelde zich wel eens voor met: "Mijn naam is Draak en ik doe in sprookjes." Ja, aan sprookjes doen we ook op het kasteel....


Enkele gidsen vertellen drakenverhalen aan jonge bezoekers van het kasteel. De versie die mij bekend is, gaat over de draak die in de slotgracht woonde. Hij werd gevoerd door de keukenmeid, maar omdat hij te groot en gevaarlijk werd, is hij op de vlucht gejaagd. Men stelde spiegels op in de keuken. Op zijn zoektocht naar eten schrok hij zo van zijn spiegelbeeld, dat hij voor altijd is verdwenen. Maar dat zijn sprookjes.


Laat de draak in de kast van Maartje, net zoals voor de Chinezen, in ieder geval voor het kasteel en zijn betrokkenen een geluksbrenger zijn en blijven.


Sonja Minkhorst

terug naar boven


2. de Maartje Draakkast

bovenste glasplaat:

Rechts staan Chinese schoentjes uit de 19e eeuw. Deze waren voor een driejarige, om de voeten in te binden, zodat ze klein bleven. Dit vond men sexueel opwindend, want kleine voetjes laten zien, dat het nageslacht rijk zal zijn. Rijken hoeven immers niet te lopen, maar worden gedragen. Ze hebben dus geen grote voeten nodig. Men zegt ook wel, dat vrouwen met kleine voetjes niet snel kunnen weglopen.


tweede glasplaat:

Midden achter staat een Japans reisaltaar met de god Zushi (foto links) of wellicht Boeddha zelf (18e à 19e eeuw). Dit is nogal groot. Vaak was het zo klein, dat het aan je riem kon hangen.


In het midden staan twee grijze terracotta poppetjes, met de rug naar elkaar toe. Het zijn musici uit een graf. Heel vroeger werden, om de dode in het hiernamaals te dienen, levende bedienden mee begraven, later terracotta poppen. Hoe rijker de dode, hoe groter de poppen. Deze zijn uit de Han-periode (rond het begin van onze jaartelling). De muziekinstrumenten hebben ze niet meer vast.


Het dubbelpotje, rechts, is een Japans sakepotje uit de 17e eeuw.


derde glasplaat:

Vooraan ligt een bronzen Chinese spiegel (foto rechts), aan de onderkant gepolijst, uit de Han-periode (uit het begin van onze jaartelling). Aan de bovenkant zit een knopje, waar je een touwtje doorheen kunt halen om de spiegel vast te houden.


Daar omheen (foto links) liggen een aantal Japanse tsuba's (18e eeuw). Dit zijn handbeschermers aan een samoeraizwaard, zittend tussen handvat en lemmet.
Een van de tsuba's zorgt ervoor, dat een Chinees bruidssierraad omhoog blijft staan.



Rechts twee beeldjes van een Japans huisaltaar. Met de zwaaiende jurk is de godin Kanon (foto uiterst rechts) en de kleinste, met zijn strenge uiterlijk (foto rechts, niet vergrootbaar), is een huisaltaarbeschermer.



Rechtsachter (foto links) een Japans masker van een vogelmens (17e of 18e eeuw). Dit werd gebruikt bij een poppenspel, om een bepaald karakter uit te beelden.


Midden achter staat houtsnijwerk van een huisaltaar.


vierde glasplaat:

Japans en Chinees (alleen het ronde rode) lakwerk achterin. Doosjes, kastjes, schrijfdoosjes. Uit de Edo-periode (Japan).


Het kabinetje midden achter is Chinees. Gelakt en met paarlemoer.


Links voorin
staat o.a. een sawankhalok uit Thailand (blauw-wit, lijkt Delfts aardewerk). (foto rechts)


Rechts voorin (foto links) liggen Japanse inro's, reispillendoosjes. Veelal lakwerk. Mannen droegen die aan hun gordel. Zo'n inro kon wel uit vier compartimenten bestaan. Er konden ook kruiden of andere kleine dingen in worden bewaard. Aan het einde zit een netsuke [netské], een knoop, die soms van ivoor was. Hoe mooier de netsuke, hoe rijker de drager.


vijfde glasplaat:

Lakschaaltjes en seramik uit Japan.


Helemaal rechts liggen Japanse gelukskaartjes voor Nieuwjaar.


onderste glasplaat:

Ook hier veel seramik. De blauwe is uit de 14e eeuw, waarschijnlijk Perzisch.


Daarvóór staat een Turkse of Perzische schaal uit de 16e of 17e eeuw. Erin ligt een kwast om theeblaadjes en water te mengen. Deze twee dingen hebben niets gemeen.


nawoord

Natuurlijk zijn de bovenstaande plaatjes niet 'onze' voorwerpen. Wilt u die in het echt zien, dan mag u gerust eens komen kijken.


Hans Offermans

foto's:
01 Maartje Draak - profs.library.uu.nl
02 Maartjes boek ierland.plein.nl (niet meer traceerbaar)
03 draak www.fundalize.com
04 kast - Hans Offermans
05 Japanse spiegel www.museumkennis.nl (verlopen)
06 thangka - www.marktplaats.nl (verlopen)
07 Chinese kinderschoentjes - www.tweedehands.nl (verlopen)
08 Japans reisaltaar - www.asiantreasuries.com
09 Chinese spiegel - www.pienkunstantiek.nl (verlopen)
10 Japanse tsuba - kampong.maakjestart.nl (verlopen)
11 godin Kanon - www.cultures-colours.nl (verlopen)
12 altaarbeschermer - onbekend
13 Japans vogelmensmasker - www.flickr.com
14 Thaise sawankhalok - onbekend
15 Japanse inro - gulib.georgetown.edu

terug naar boven

Laatst aangepast (maandag, 12 oktober 2015 15:23)